Backfence:
Achterwand. In de wedstrijdring moet het paard de achterwand beschermen.
Bereikt de koe de achterwand, dan kost dat 3 strafpunten.
Cantle: Voorboom van het zadel. Een cutting zadel heeft een hoge voorboom.
Casebook: Instructieboek voor juryleden, waarin telkens concrete gevallen
worden besproken, én gejureerd
Cow Sense: Aangeboren gevoel bij Quarter Horses, dat hen in staat stelt
vee te lezen, m.a.w., te reageren en te anticiperen op de lichaamstaal
van het vee. Ook arabische volbloeden zouden over cow sense beschikken.
Credit: Pluspunten, toegekend door de jury tijdens een proef.
Cutten: Een koe afzonderen uit een kudde.
Cutting for shape: Meerdere runderen uit de kudde drijven,
en spontaan naar de kudde laten teruglopen, tot één enkele
koe overblijft waarmee kan gewerkt worden.
Deep cut: Diep in de kudde gaan, om er één
of meerdere runderen uit te drijven. In competitie moet een paard minstens één
deep cut maken. Doet het dat niet, dan krijgt het 5 strafpunten.
Herdholder: Tijdens zijn proef beschikt iedere deelnemer
over twee herdholders. Dat zijn helpers (te paard), die de taak hebben
de kudde vast te houden
tegen het centrum van de achterwand. Ook wel stop genoemd.
Hot Quit: Een geforceerde quit, bijvoorbeeld als de
koe zich richting paard beweegt. Een hot quit wordt bestraft met 3 strafpunten.
Zie ook
: quiten.
Judge: Jurylid. Een cutting wedstrijd wordt gejureerd
door één
tot vijf judges, al naargelang het belang van de wedstrijd.
Made horse: Een paard dat zijn opleiding volledig achter
de rug heeft, wedstrijdklaar is, en eventueel al enige competitie-ervaring
heeft opgedaan.
NCHA: National Cutting Horse Association. Wedstrijdorganistie in de Verenigde
Staten, die
cutting als wedstrijdsport beheert. Wedstrijden georganiseerd door de
NCHA, staan in principe
open voor alle rassen.
NCHAB: National Cutting Horse Association Belgium.(?)
Penalty Points: Strafpunten, toegekend door de jury tijdens een proef.
Push & Pull: Letterlijk duwen en trekken. Belangrijk principe uit
de cutting rijderij. Een cutting ruiter gebruikt de hoorn van het zadel
om zich af te duwen bij bruusk halthouden, en op te trekken bij brutaal
versnellen.
Quiten: Het werk met een koe stopzetten, bijvoorbeeld, omdat het paard
naar het idee van de ruiter
zijn kwaliteit voldoende heeft gedemonstreerd met deze koe. In competitie
mag een ruiter alleen
quiten, als de koe stilstaat, en zijn paard volledige controle heeft
over de koe. Onder alle andere
omstandigheden wordt de quit beschouwd als een hot quit.
Round pen: Cirkelvormige oefenring, waar beginnende paarden (en ruiters)
de eerste beginselen van het cutting leren. In de round pen kan gewerkt
worden met één
enkel, of meerdere stuks vee. Ook competitiepaarden worden in de round
pen getraind, om hun positiewerk bij te schaven.
Rules For Judging Cutting Contests: De 21 officiële regels van
de NCHA, waarmee cutting competities gejureerd worden.
Run: Een run betekent ofwel de 2½minuut wedstrijdtijd die iedere
deelnemer krijgt tijdens een competitie, ofwel het werk met één
enkele, specifieke koe.
Sadlle horn: De hoorn vooraan het western zadel. Bij een cutting zadel
is die hoorn lang en smal.
Settlen: Het tot rust brengen van de kudde vee tegen het centrum van
de achterwand, vóór de wedstrijd begint. Alleen met een
goed gesettelde kudde krijg je mooie cutting te zien.
Stopping & Turning: Stoppen en draaien. Basisprincipe in het positiewerk.
Alleen door hard te stoppen en te draaien, kan het paard zijn controle
over de koe bewaren.
Square Arena: Rechthoekige piste. Stelt de cutter voor extra problemen
ivm de zijwanden, en de achterwand die moet verdedigd worden.
Turnback: Tijdens zijn proef beschikt iedere deelnemer over twee turnbacks.
Dat zijn helpers (te paard), die zich opstellen tussen de koe die gewerkt
wordt en de jury. Loopt de koe té ver richting jury, dan drijven
de turnbacks haar terug.
To get long on a cow: Een paard dat in de beweging (iets) vóór
de koe blijft, wordt omschreven als long on the cow.
To stay short on a cow: Een paard dat in de beweging (iets) achter de
koe blijft, wordt omschreven als short on the cow.
Working Advantage: Letterlijk, het werkvoordeel, het terreinvoordeel.
Bedoeld wordt, de controle van een cutting horse over de koe.