CATTLEPENNING RULES:

01. Cattlepenning lijkt op teampenning, alleen gaat het hierbij om één ruiter (in plaats van een team) en één dier (in plaats van drie).
02. Tijdsduur is 60 seconden (1 min.).
03. Binnen de gegeven tijdsduur moet de ruiter één dier met een bepaald nummer of specifieke halsbandkleur van de kudde afzonderen en in een omheinde ruimte (pen) drijven.
04. De combinatie met de snelste tijd wint.
05. Een halve minuut voordat de tijd om is, moet de ruiter de waarschuwing “30 seconden” krijgen.
06. Krijgt de ruiter deze waarschuwing niet, dan mag hij desgewenst de run herhalen.
07. Voor aanvang van de wedstrijd worden de runderen bijeengebracht voorbij de startlijn aan de kant waar de kudde staat.
De grensrechter heft de vlag wanneer de arena gereed is.
De deelnemer krijgt pas te horen welk nummer of welke halsbandkleur hij moet afzonderen, op het moment dat de neus van het paard de startlijn passeert en de grensrechter zijn vlag naar beneden zwaait.
08. Zodra de ruiter de arena betreedt, moet hij zich volledig op de kudde toeleggen. Elk oponthoud leidt tot diskwalificatie.
09. Alleen een jury mag beslissen over het feit dat vee ongeschikt is door verwondingen, uitputting of agressiviteit. Deze mag de run stoppen en een nieuw nummer opgeven. De ruiter mag de jury wijzen op ongeschikte koeien, maar de jury heeft het laatste woord. De ruiter kan een No Time krijgen bij een onterecht oordeel.
Gaat een dier over of door de omheining van de arena heen, dan is het aan de judge om te beslissen of de ruiter wordt gediskwalificeerd vanwege onnodig ruw gedrag, of dat hij de run mag overdoen.
Een eventuele herkansing moet aan het einde van een verreden wedstrijdronde plaatsvinden. Is er voor de herkansingen geen vers vee beschikbaar, dan bepalen de showmanager en de judge welk vee er wordt ingezet. Vallen er meerdere herkansingen binnen een wedstrijdronde, dan wordt het vee in startvolgorde van de wedstrijd opgevoerd. Wordt gebruikt vee aangevuld met vers vee, dan worden de dieren samengevoegd en opnieuw genummerd of voorzien van halsbanden. Alles moet in werking worden gezet om er zeker van te zijn dat elke ruiter met evenveel vers als gebruikt vee werkt.
10. Om de tijd te stoppen, moet de ruiter in de poort staan en zijn hand heffen voor de vlag.
De vlag gaat naar beneden, wanneer de neus van het paard de poort binnen is en de ruiter zijn hand heft om de tijd te stoppen.
Het paard mag niet verder dan tot aan de achterhoeven in de pen staan/komen. Komt het paard met de achterhoeven in de pen, wordt de run beoordeeld met “No Time”.
11. Elk dier dat zich na het stoppen van de tijd aan de zijde van de pen bevindt, bezorgt de ruiter tien strafseconden.
12. Als er op enig moment vijf of meer dieren aan de verkeerde kant van de startlijn staan, krijgt de ruiter “No Time” gerekend.
13. De ruiter mag in de pen als er één verkeerde koe in zit, om deze eruit te halen. Twee verkeerde koeien erin is No Time.
Stopt een ruiter de tijd en heeft het dier in de pen de verkeerde kleur halsband of een verkeerd nummer, of bevindt er zich meer dan één dier in de pen, dan wordt er “No Time” gerekend.
14. Bij een wedstrijd met meerdere rondes, eindigt de ruiter die in elke ronde scoort, altijd hoger dan de ruiter die één ronde niet weet te slagen, ongeacht de tijd. Bij een wedstrijd met meerdere rondes, worden de tijden bij elkaar opgeteld om de uitslag te bepalen.
15. Aanraking van het vee met handen, hoeden, touwen, zwepen, teugels of enig ander instrument wordt bestraft met diskwalificatie.
Vertoning van onnodig ruw gedrag, krijgt “No Time” gerekend.
Zwaaien met zwepen, hoeden of touwen is niet toegestaan.
Wel mag de ruiter de teugels op zijn beenbeschermers (chaps) laten klappen.
16. De judge diskwalificeert de ruiter wanneer deze in zijn ogen onnodig ruw met het vee of met het paard omgaat of onsportief gedrag vertoont. Twee waarschuwingen leiden automatisch tot diskwalificatie van het hele event.
17. Komt het paard en/of de ruiter ten val, dan heeft dat geen gevolgen voor de inschrijving.
Zolang een ruiter echter niet op zijn paard zit, leidt elke poging die hij doet om het vee te beïnvloeden automatisch tot diskwalificatie.
Elke ruiter is zelf verantwoordelijk voor zijn materiaal. Als er iets van zijn harnachement afbreekt, krijgt hij geen rerun en de tijd loopt gewoon door.
18. Indien sprake is van gelijk spel, dan krijgt elke ruiter nog één gemarkeerd dier toegewezen om in de pen te drijven. De snelste tijd wint.
19. Als de wedstrijdvolgorde al is bepaald en een ruiter ziet om welke reden dan ook af van deelname, dan wordt het nummer van het dier geloot in de volgorde alsof de ruiter zou hebben gereden. Het nummer wordt dan niet meer gebruikt binnen die set ruiters. Dat voorkomt dat voor de andere deelnemers de volgorde moet worden veranderd.
20. Nummers moeten minimaal 15,5 centimeter hoog zijn. Gekleurde halsbanden moeten minimaal 15,5 centimeter breed zijn. De nummers moeten hoog aan beide kanten van het dier worden aangebracht tussen schouder en heup, met de bovenkant dichtbij de ruggenwervels van het dier. Voordat de wedstrijd begint, bepalen de judge en de showmanager via een loting de nummers of kleuren en de startvolgorde.
21. Het ideale aantal dieren per kudde bedraagt 20.
Een kudde mag echter niet meer dan 25 dieren tellen en niet minder dan 15, ook al zijn er minder dan 7 ruiters. Alle dieren in de kudde moeten genummerd zijn.
22. Het aantal dieren per kudde moet bij elke ronde gelijk zijn.
23. Twee juryleden met vlaggen bewaken de lijnen. Eén van hen staat opgesteld bij de ingang van de pen en de ander bij de startlijn.
De judge bevindt zich ter hoogte van de startlijn en bepaalt naar eigen inzicht of hij de wedstrijd zal leiden met de vlag.
Ten minste twee personen zijn aangewezen om de tijd bij te houden. Eén van hen meet de officiële tijd, de ander meet de back-uptijd voor het geval er iets mis gaat of de stopwatch niet functioneert.
De startlijn moet herkenbaar zijn aangegeven op de hekken van de arena, duidelijk zichtbaar voor de judge en de deelnemers.
24. Het verliezen van de hoed heeft geen consequentie.
25. Uitrusting van het paard: toegestaan zijn alle in de westernsport gebruikelijke bitten, b.v. trens, Meroth, bosal, snafflebit, enz.
Gedraaide bitten zijn niet toegestaan, het gebruik hiervan leidt tot diskwalificatie.
De judge kan steekproefsgewijs controles uitvoeren.
Gesloten teugels zijn niet toegestaan.
26. Uitrusting van de ruiter: Jeans, dichtgeknoopt hemd met lange mouwen, westernhoed, westernlaarzen. Poncho’s zijn niet toegestaan, hoeden mogen niet voorzien zijn van een riempje om afwaaien te voorkomen.
Vanaf een uur voor aanvang van de wedstrijden dient elke ruiter volgens voorschrift gekleed te zijn.
27. De judge mag tijdens de wedstrijden niet aangesproken worden. Gebeurt dit toch, dan heeft de judge het recht deze persoon van het terrein te laten verwijderen of te diskwalificeren.
28. De organisatie dient er voor te zorgen dat de kudde niet gestoord wordt, beïnvloeding/ hulp door derden in dit gebied is verboden.
De omheining dient aan de kuddekant voorzien te zijn van een ondoorzichtige afscheiding.
29. Een ziek, gewond of kreupel paard mag niet meedoen.

 

Globale afstanden:

Rechter afbeelding gevonden op een Franse site. We hebben de tekst vertaald. De afbeelding kan gebruikt worden als leidraad voor de organisator of trainer.

 

Reglementen vertaald uit de internationale reglementen.

BACK 2:
BACK 2:
NEXT